042.
Bijbelstudie over het
KERSTFEEST - CHAG HAMOLAD
dlvmh gx
Ongetwijfeld zult zich nog wel
herinneren aan de uiteenlopende millenniumproblemen bij de jaarwisseling van
1999/2000, zoals bijvoorbeeld computerstoringen en het vreemd gedrag van extreme
christenen in Israël in verband met de verwachte wederkomst van Christus in het jaar 2000! Volgens hen was de Here Jezus toen immers precies 2000 jaar geleden geboren
en dat was ook de reden waarom de paus dat jaar heeft uitgeroepen tot jubeljaar,
een heilig jaar waarin christenen over de hele wereld massaal de geboorte van
hun Heiland herdachten. Met Zijn geboorte begon een nieuw tijdperk, en daarom
geeft men tot de huidige dag wereldwijd de algemeen gebruikte tijdrekening
traditioneel weer met “voor Christus”
(v.C.) en “na Christus” (n.C.). Inmiddels
is het echter wetenschappelijk bewezen, dat dit niet klopt omdat men zich
destijds door gebrek aan juiste informatie om enkele jaren verrekend heeft en
de geboorte van de Mashiach derhalve veel
eerder moet hebben plaats gevonden. Ik kom er later op terug.
Tegenstanders en dwaalleraars
Deze vergissing heeft talrijke
tegenstanders van zowel Christendom alsook Messiasbelijdend Jodendom aangemoedigd,
om niet alleen de maagdelijke geboorte van Yeshua
[Jezus] in twijfel te trekken, maar ook het geloof in Zijn opstanding,
hemelvaart en wederkomst te bestempelen als een verzinsel van mensen. Want als
de veronderstelde datum van Zijn geboorte al niet klopt, dan zal de rest ook
wel met een korreltje zout genomen moeten worden. Naast kritische wetenschappers
zijn er tegenwoordig zelfs een groeiend aantal zich “christelijk” noemende
theologen, óók in Nederland, die openlijk de g’ddelijkheid van Yeshua ontkennen. Volgens sommigen van hen is Yeshua ook niet geboren uit een maagd, niet geboren
uit het geslacht van David en niet geboren in
Bethlehem maar in Nazareth. Er was dus geen stal, geen herders, geen ster, geen
wijzen, geen kindermoord en geen vlucht naar Egypte. Dat er een historische Jezus leefde tijdens de tweede tempelperiode, die in
het Hebreeuws Yeshua heette, betwijfelt vandaag
praktisch niemand meer. Dat is inmiddels bewezen. Maar voor de bovengenoemde
“theologen” was Hij slechts een heel bijzonder mens, buitengewoon begaafd, iemand
waar we veel van kunnen leren, kortom een voorbeeld voor ons allen! Misschien
zelfs een door G’d gezondene? Maar veel meer ook
niet, en zéker niet de énige weg om tot de Vader te komen.
Hij is één van de vele wegen, aldus deze “theologen”. Hun argumenten zijn in elk
geval niet nieuw! Reeds in het laatste kwart van de tweede eeuw van de
gewone jaartelling verklaarde de bekende heidense filosoof Celsus ten opzichte van de maagdelijke geboorte van Yeshua, dat de werkelijke reden voor dergelijke
aanspraken bestond in een verdoezelen van het bastaardschap. Volgens hem was Miryam [Maria] helemaal geen maagd meer en was de
onwettige vader van Yeshua een Romeinse soldaat
genaamd Panthera, in wiens naam een ironische
zinspeling te ontdekken valt op parqenoV Parthenos, het
Griekse woord voor de maagd van Matthéüs 1:23 en dus ook Jesaja 7:14. Als
reactie op het geniepige antisemitisme van de kerk en de zware vervolgingen van
christelijke zijde hebben Joodse schrijvers deze spot van Celsus in de middeleeuwen opgenomen in een
g’dslasterlijk boek, getiteld “Toledat Yeshu”
[De geschiedenis van Yeshua], waarin ook
gedeelten uit de Talmud over Yeshua en felle aanvallen op Zijn persoon staan. Met
name rondom het Kerstfeest werd uit deze smaadschrift aan de Joodse gezinnen
voorgelezen, dat Yeshua een onecht kind geweest
zou zijn van een Romeinse soldaat, Panthera
geheten, en geboren zou zijn uit een hoer, genaamd Miryam.
In Egypte zou Yeshua de toverkunst der
Egyptenaren hebben geleerd, en daarna zou Hij als ‘hoge ingewijde’ naar Israël
zijn teruggekomen. Maar gelukkig heeft deze “Toledat
Yeshu” geen officiële plaats binnen het Jodendom gekregen en is het, als
zijnde van geen enkele historische waarde, door hedendaagse Joodse geleerden
verworpen. Desalniettemin heeft het tot in onze tijd het denkpatroon van een groot
aantal met name orthodoxe Joden mede bepaald. Ook in de Islam is men het verhaal van de maagdelijke geboorte van Yeshua aanzienlijk anders. Volgens de Surat Maryam in de Qur’ān
[koran] kwam de engel Jibril [Gabriël] niet
alleen als boodschapper bij Maryam [Maria], maar
fungeerde tevens als verwekker van Isa [Jezus].
Zo kunnen we in de Sura 19:16-22 lezen: “En vermeld in het boek Maryam: Toen zij zich van haar familie terugtrok naar
een oostelijke plaats en een afscherming tegen hen maakte, toen zonden Wij Onze
geest [engel] naar haar en hij deed zich aan haar voor als een goedgevormd
mens. Zij zei: ‘Ik zoek bij de Erbarmer bescherming tegen jou, als jij godvrezend
bent’. Hij zei: ‘Maar Ik ben de gezant van jouw Heer om jou een reine jongen te
schenken’. Zij zei: ‘Hoe zou ik een jongen krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt
heeft, en ik ben geen onkuise vrouw’. Hij zei: ‘Zo is het. Jouw Heer heeft
gezegd: ‘Het is voor Mij gemakkelijk. En het is opdat Wij hem tot een teken
voor de mensen maken en uit barmhartigheid van Ons. En het is een beslissing
die gevallen is’. Dus werd zij zwanger van hem en trok zich met hem terug naar
een afgelegen plaats.” Dat de engel Isa
[Jezus] verwekt zou hebben en Maryam [Maria] dus
niet door de Heilige Geest overschaduwd zou zijn, zoals wél in de Bijbel staat,
wordt nog eens extra benadrukt in vers 34 van Sura
19: “Dat is Isa,
de zoon van Maryam, het woord van de waarheid
waaraan zij twijfelen. Allah is niet zo dat Hij
zich een kind neemt...” In Sura 4:171b
vinden wij een uitspraak met dezelfde strekking: “Immers Allah is een enig God; ver is
het van Zijn lofprijzing dat Hij kinderen zou hebben”. Nog feller is de Sura 9:30, waar geschreven staat: “En de christenen zeggen: ‘de Masih
[Messias] is Allah’s Zoon.’ - Dat is wat zij
zeggen met hun monden, in aanpassing van de woorden van hen, die in vroeger
tijd ongelovig waren. Allah moge hen bestrijden!
Hoezeer zijn zij in leugen verstrikt!” Evenals door sommige hedendaagse
“christelijke” theologen, voornamelijk uit reformatorische huize, ontkennen ook
de Moslims in alle toonaarden de g’ddelijkheid van Isa
[Jezus]: “Ongelovig waren waarlijk zij,
die zeiden: Allah is de Masih”
(Sura 5:17). “Immers
de Masih Isa, zoon van Maryam
is slechts de boodschapper van Allah” (Sura 4:171) “Ongelovig
zijn zij die zeggen: Allah is de Masih, zoon van Maryam”
(Sura 5:72). “De
Masih, de zoon van Maryam,
is alleen maar een gezant aan wie de andere gezanten zijn voorafgegaan” (Sura 5:75). Gelukkig mogen wij in de Injel, zoals de Moslims het Nieuwe Testament noemen,
precies het tegenovergestelde lezen, wetende dat wij het hier met G’ds Woord,
dat waar is, te maken hebben: “Doch wij weten,
dat de Zoon
van G’d gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te
kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Yeshua haMashiach. Dit is de waarachtige G’d
en het eeuwige leven” (1 Johannes 5:20). “Shim’on Keifa [Simon Petrus], een dienstknecht en apostel
van Yeshua haMashiach,
aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de gerechtigheid
van onze G’d
en Heiland, Yeshua haMashiach” (2 Petrus 1:1). “Yeshua kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun
midden en zeide: Vrede zij u! Daarna zeide Hij tot Tomas:
Breng uw vinger hier en zie Mijn handen en breng uw hand en steek die in Mijn
zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig. Tomas
antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heer en mijn G’d! Yeshua zeide
tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet
gezien hebben en toch geloven.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 20:28).
Het geboortejaar van Yeshua
Terugkomend op het eigenlijke
onderwerp van deze bijbelstudie wil ik herhalen dat de precieze omstandigheden
rondom de geboorte van Yeshua voor vele
theologen en historici nog steeds duister en omstreden zijn. Om te beginnen
moest er een eerste moeilijkheid worden opgelost: die van de geboortedatum.
Tegenwoordig bezitten wij over deze gebeurtenis nauwkeuriger gegevens dan die
abt Dionysius te Rome ter beschikking stonden,
toen hij in 532 het jaar van de geboorte vastlegde en zich daarbij om ten
minste vier jaar verrekende. De meeste wetenschappers vinden het feit
doorslaggevend dat Mattheüs de geboorte van Yeshua dateert rond de tijd dat Herodes de Grote stierf. Hij overleed volgens de
geschiedschrijver Josephus (Antiq. XVII, 8)
kort vóór Pesach in het jaar van Rome 750, dat
is het jaar 4 vóór de gewone jaartelling. Deze datum werd door een toen plaats
gehad hebbende maansverduistering bevestigd. Indien men nu, hiervan uitgaande,
de tijd berekent, die nodig was voor de reiniging naar de Tora, voor het bezoek der Wijzen, voor de vlucht en
het verblijf in Egypte, tot op de dood van Herodes,
dan kan de geboorte van Yeshua onmogelijk later
hebben plaats gevonden dan in de herfst van het jaar 749 der stichting van Rome. De scythische monnik Dionysius Exigus, die in de zesde eeuw in Rome
leefde, heeft zich vergist door als geboortejaar het jaar 754 van de Romeinse
tijdrekening aan te houden, dat daarmee het jaar één van de onze werd. Hij
voerde in 532 n.C. namelijk een liturgische kalender in, die de jaren telde
vanaf de geboorte des Heren (anno Domini) in
plaats van volgens het systeem dat de heidense Romeinse keizer Diocletianus had ontworpen. De informatie waarover Dionysius beschikte was echter beperkt. Hij kon noch
de volkstelling van Quirinius uit Lucas 2:1-3, noch de dood van Herodes uit Mattheüs
2:19 precies vastleggen en schijnt een schatting te hebben gemaakt op basis van
andere bijbelse aanknopingspunten: Yochanan haMat’bil
[Johannes de
Doper], die Yeshua voorafging, begon te
prediken in het 15e regeringsjaar van de Romeinse keizer Tiberius (Lucas 3:1); Yeshua
was ± 30 jaar oud aan het begin van Zijn optreden (Lucas 3:23).
Het 15e regeringsjaar van Tiberius
was echter volgens moderne berekeningen 29 n.C., dus het jaar 779
van Rome. Als Dionysius Exigus één
jaar rekende voor de opdracht van Yochanan haMat’bil,
dan moet hij tot de conclusie zijn gekomen, dat Yeshua
Zijn optreden begon in het jaar 30. Als Hij op dat moment dus 30 jaar oud was,
was Hij logischerwijs geboren in het jaar 1 en dat is waarschijnlijk de redenering
die aan de basis ligt van onze huidige tijdrekening, die dus niet klopt, want, wanneer men van 779 dertig jaren achteruit rekent, komen
wij uiteraard uit bij het al eerder genoemde jaar 749 van Rome. Hedendaagse wetenschappers probeerden de aanknopingspunten
die Mattheüs en Lucas
bieden, aan de hand van historische bronnen te verifiëren, maar stuitten daarbij
op enkele moeilijkheden. Volgens Mattheüs is Yeshua vóór de dood van Herodes
geboren, maar Lucas vermeldt in dat verband
het volgende: “En het geschiedde in die
dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus,
dat het gehele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het
eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië
voerde.” (Lucas 2:1-2). Twee problemen! In de eerste plaats is er onder Octavius Augustus nooit zo een grootschalige
volkstelling in het gehele Romeinse
Rijk gehouden. Deze vond echter wel plaats in Judea,
Samaria en Idumea,
de gebieden waarover Archelaüs, de zoon van Herodes de Grote, regeerde tot hij in 6 n.C. door de
Romeinen naar Gallië werd verbannen. De reeds door Lucas
genoemde Publius Sulpicius Quirinius, de
keizerlijke gouverneur van Syrië in 6-7 n.C. zou met die volkstelling belast
geweest zijn. Het tweede probleem is dus, dat Herodes
vier jaar vóór het begin van onze jaartelling gestorven is en dat Quirinius pas in het jaar 6 van onze jaartelling in
Syrië is gekomen. Dat was tien jaar ná de dood van Herodes,
hoewel Matthéüs 2:1 en Lucas 1:5 de geboorte van zowel Yochanan
alsook van Yeshua dateren “in de dagen van Herodes, de koning van Judea”.
Om uit die tegenstrijdigheid te komen hebben de specialisten zich het hoofd
gebroken en duizend oplossingen aangedragen. Sommigen hebben geopperd dat Lucas zich moet hebben vergist en Quirinius verward heeft met de eerdere Romeinse
legaat van Syrië, Saturnius genaamd, die volgens
Tertullianus in het jaar 6 v.C. een
volkstelling had gehouden. Maar dat is allerminst bewezen, want het is nauwelijks
aan te nemen dat Lucas zich vergist zou
hebben, daar hij juist als inleiding schreef: “Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken,
die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd
degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest
zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te
hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus, opdat gij de betrouwbaarheid zoudt
erkennen der zaken, waaraan gij onderricht zijt” (Lucas 1:1-4).
Kortom, wat de vermelding van de volkstelling betreft, is het nog steeds een
open vraag. Ik ben van mening, dat de volkstelling als aanleiding voor de reis
van Miryam en Yosef
naar Beit Lechem, de stad van David, alwaar dan de Mashiach
werd geboren zoals de profeten hebben voorzegd, van groter belang is, dan voor
de juiste datering van Zijn geboorte. De Bijbel dient bovendien op de eerste
plaats niet te worden beschouwd als een geschiedkundig boek, dat tot in de
details in chronologische volgorde historisch geverifieerd moet kunnen worden,
maar veeleer als het door Ruach haQodesh [de
Heilige Geest] geïnspireerde Woord van G’d met een rijke schat aan symboliek en
geestelijke waarheden. Dit wil echter niet zeggen dat men helemaal niets zou
kunnen verifiëren. Integendeel! Opgravingen en buitenbijbelse bronnen
bevestigen juist heel veel van de bijbelse gegevens. Waar het mij om gaat is
het feit, dat de Bijbel een boek van geloof is en geen wetenschappelijk werk,
en derhalve in geloof moet worden gelezen. Yeshua
zelf heeft immers gezegd, dat de wetenschap het geloof in de weg staat! Sterker
nog, ik durf zelfs te beweren, dat het volstrekt onmogelijk is de volle diepte
van G’ds Woord te bevatten, als de Heilige Geest niet de wijsheid en inzicht
daartoe verleent. Daarom moet men de Bijbel ook biddend lezen. Wat het exacte
geboortejaar van Yeshua betreft, neigen de
meeste exegeten dus naar de opvatting, dat deze vóór de dood van Herodes moet hebben plaats gevonden, want op dat
punt stemmen Mattheüs en Lucas met elkaar overeen. Als Herodes in het jaar 4 vóór onze jaartelling is gestorven,
dan zou Yeshua tussen het jaar 5 en 6 v.C., dat
is 748 of 749 volgens de Romeinse kalender, moeten zijn geboren, want in Mattheüs 2:13-21 lezen wij, dat Herodes vlak voor zijn dood in Beit Lechem alle jongetjes van twee jaar oud en daar
beneden liet vermoorden. Yeshua moet toen dus
ongeveer twee jaar oud geweest zijn. Een andere grondslag voor die berekening
leveren ons in Johannes 2:20 de woorden: “Zes en veertig jaren is over deze tempel
gebouwd”, ofschoon de geschiedschrijver Josephus
die van de herbouwing des tempels onder Herodes
spreekt, op de ene plaats zegt dat zij geschiedde in het achttiende jaar der regering van die vorst, en op een andere plaats
in het vijftiende jaar (Antiquitates Judaicae XV,14 en Bello Judaico I,16). Maar het moet wel in het oog
gehouden worden, dat dezelfde geschiedschrijver elders opgeeft, dat deze
regering zeven en dertig en dan eens vier en dertig jaren geduurd heeft, al
naarmate hij de datum neemt der benoeming van Herodes
door de Romeinen, welke plaats had in het jaar 714 van Rome, of dat hij de
aanvaarding van de troon van Judea door Herodes rekent vanaf de dood van Antigones, die drie jaren later plaats had (Antiquitates Judaicae XVII, 10 et passim).
Volgens de eerste aanwijzing bevinden wij, dat Herodes
begonnen zou zijn met het herbouwen van de tempel in het jaar van Rome 732.
Indien nu, zoals waarschijnlijk is, Yeshua het
eerste Pesachfeest
van leraarsambt zeven en veertig jaren later vierde, dus in het tweede jaar der
voltooiing van de tempel, of het jaar 779, dan zullen wij, wanneer wij van dit
laatste cijfer de leeftijd van Yeshua, namelijk
dertig en een half jaar aftrekken, het einde van het jaar 748 krijgen als datum van Zijn geboorte. Dit onderzoek noodzaakt
ons tot de slotsom, dat de geboorte van Yeshua
teruggebracht kan worden tot het jaar van Rome 748 of 749 ofwel 5 of zes vóór
de gewone jaartelling. Hoe dan ook, de christelijke kalender die steunde op de
foutieve berekening van Dionysius en die niet
gebaseerd was op de datum van Herodes’ dood,
werd algemeen aanvaard in de zesde eeuw met als gevolg dat wij het jaar 2000
eigenlijk al enkele jaren voor dato ongemerkt gepasseerd waren.
De geboortedag van Yeshua
.dvd ryib ]vdah xy>mh avh alh ,vyh ,kl dly iy>vm yk
“Ki Moshi’a
yuled lachem haYom halo hu haMashiach haAdon b’ir David! - U is heden de
Heiland geboren, namelijk de Mashiach, de Heer,
in de stad van David!" (Lucas 2:11). Een klein woordje in het overbekende
kerstverhaal ontglipt meestal aan de oplettendheid van de lezer: ,vyh haYom -
heden! Het zou goed zijn, als we daar even bij stil zouden staan. Dit woordje
"heden" is namelijk mede bepalend voor onze eigen toekomst, ons eigen
leven! Dus wat wordt met "heden" eigenlijk bedoeld? In ieder geval
beslist niet 25 december, de dag waarop de christenen de geboorte van Yeshua in de stal van Beit
Lechem herdenken. "O nee?" zult u nu denken, "hoe dat
zo?" - Wel, Yeshua is namelijk niet op 25 december
van het jaar 1 geboren, maar eind september van het jaar 6 vóór
de gewone jaartelling. De foutieve berekening van Dionysius
heeft de verkeerde jaartelling
veroorzaakt, maar voor het bewust onjuiste vastleggen van de geboortedag des Heren als algemene christelijke
feestdag was echter iemand anders verantwoordelijk: namelijk keizer
Constantijn, die het vroege christendom met het Romeinse heidendom vermengde,
waaruit uiteindelijk de rooms-katholieke kerk ontstond. Door zijn verering van
de zonnegod verklaarde hij in
het jaar 321 n.C. de zondag
tot rustdag in plaats van de Shabat, en dit
heeft ertoe geleid dat men kerstmis op 25 december, het feest van de zonnegod ging vieren en daarmee rukte deze
Romeinse keizer de Joodse Messias Yeshua niet
alleen los van het Joodse volk om de Gemeente daardoor haar oorspronkelijke
Joodse identiteit te ontnemen, maar hij koppelde de geboorte van Jezus Christus
nu ook nog aan het door de Romeinen gevierde populaire feest van “Sol invictus” [de onoverwinnelijke zon)!
De dag waarop sindsdien de
christenen van de meeste denominaties wereldwijd de geboorte van Jezus Christus
herdenken, 25 december, is echter niet alleen bij de Romeinen en Grieken een
afgodisch feest van bijgeloof geweest, maar van oudsher verjoegen ook de
Germanen, de Vikingen en de Kelten dan de boze geesten en vierden rond de 25e
december het feest van de terugkeer van het licht, het zogenaamde midwinter- of
joelfeest. Doordat keizer Constantijn de geboortedag van Christus
op de 25e december vastlegde, versmolt rond het jaar 381 ook in de
gekerstende Noordeuropese landen het heidense feest van het licht met het
christelijke feest van het licht en van de vrede. Zo maakte de rooms-katholieke
kerk op deze manier handig gebruik van de enorme populariteit van het joelfeest
om het christendom verder onder de heidenen te verspreiden. Door o.a. Johannes
1:9 aan te halen: “Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was
komende in de wereld” en deze tekst over de geboorte van Jezus Christus te
combineren met Johannes 8:12, waarin Hij zelf zegt: “Ik ben het Licht der
wereld” was de link gelegd naar het joelfeest, want ook in dit Germaanse
midwinterfeest staat het licht centraal. Dan staat immers de zon op het laagste
punt en is de langste nacht overwonnen. Het licht keert weer terug en de dagen
zullen weer langer worden. De zon keert zich van de duisternis weer naar het
licht en de mensen geven elkaar op die dag cadeautjes, want de zonnegod is
geboren! Ook hebben van oudsher allerlei boomrituelen tijdens het
midwinterfeest plaatsgevonden. Zo werd de levensboom met
blinkende ballen versierd. Volgens het oude bijgeloof bezaten deze heksenballen
namelijk met hun blinkende uitstraling een onheil en heksen afwerende kracht en
ook de talrijke boze geesten zouden erdoor gehypnotiseerd raken en dan in de
ballen gevangen worden. Sommige oervolken hingen slingers in de levensboom om
de boomgeest mild te stemmen. En zo komen ook de kerstballen en de
kerstslingers evenals de kerstboom voort uit bijgeloof en de tradities van het joelfeest!
Hierin vindt ook de kerstman zijn oorsprong. In de noordpoolgebieden en in
Skandinavië vereerde men de tussen hemel en aarde reizende god Odin, die vaak
in gezelschap van rendieren werd afgebeeld. Ze kwamen via de rookgaten
[schoorstenen] de huizen binnen. Om hen gunstig te stemmen legde men ’s nachts
voedsel voor hen neer. Veel kerstgebruiken komen dus voort uit puur bijgeloof
en afgoderij. Daarom is het haast onbegrijpelijk dat de meeste christenen hier
geen kwaad in zien. Ook al is men christen en viert men de geboorte van de
Heiland, maar toch blijft men bijzonder hardnekkig vasthouden aan de heidense
tradities en zo is het dus eigenlijk niet echt verwonderlijk dat tot de dag van
vandaag in de skandinavische landen het kerstfeest nog steeds zijn
oorspronkelijke naam draagt: joel! Daar schrijft men het wel als jul, maar
alleen in Denemarken spreekt men het uit als joel, terwijl men in
Zweden en Noorwegen juul zegt. Ook in ons land komen veel oude
boerengebruiken met de rituelen van de oude religie overeen. Al vele eeuwen
lang ging het vieren van de heidense vruchtbaarheidsfeesten gepaard met het
opsmukken en vereren van de bomen. Dit gebruik vinden we vandaag de dag niet
alleen terug in het opsmukken van de kerstboom, maar ook de meiboom op het
dorpsplein en niet te vergeten de versierde paastakjes. De boom zorgde als
symbool voor de vruchtbaarheid ervoor, dat het vee zich vermenigvuldigde en de
vrouwen werden gezegend met kinderen. Deze boomrituelen zoals de kerstbomen in
de kerk zijn echter een gruwel in de ogen van Adonai, want reeds
in TeNaCH [het z.g. Oude Testament], waarschuwt
de profeet Yir'm’yahu [Jeremia] voor deze
heidense praktijken: “Zo zegt de Eeuwige: Gewent u niet aan de weg der volken en
schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken.
Want de handelwijze der volken, die is nietigheid: want als een stuk hout heeft
men het uit het woud gehakt, arbeid van werkmanshanden met de bijl, met zilver
en goud siert men het op, met spijkers en hamers maakt men het vast, zodat het
niet waggelt” (vhymry Yir’m'yahu
[Jeremia] 10:2-4). - Helaas hebben de protestanten deze en andere heidense
praktijken, die toen de rooms-katholieke kerk zijn binnengeslopen, ook na de reformatie
laten voortbestaan. Niet alleen wat de rituelen en tradities betreft, maar
vooral de datum waarop het gevierd wordt. Het joelfeest begon in de nacht van
de 24e op de 25e december en duurde twaalf nachten.
Tegenwoordig kent men de “kerstkring”, die begint met de feestelijke nachtmis
op 24 december en eindigt met Driekoningen op 6 januari. Dat dit absoluut niets
met de historische gebeurtenis in Betlehem te maken heeft ligt voor de hand! Ik
heb een keer in een christelijk blad gelezen, dat “de Here Jezus er erg verdrietig
om is, dat op Zijn geboortefeest tegenwoordig niet meer Hij zelf, maar de
kerstman centraal staat!” Maar eigenlijk kan men het beter omdraaien: Yeshua is er juist erg verdrietig om, dat men reeds
eeuwenlang Zijn geboortefeest viert op de feestdag van de kerstman! Het zou dus
echt bijbels zijn, als men de
geboorte van Yeshua niet meer eind december,
maar eind september zou herdenken en dan natuurlijk zonder kerstboom!
De Eeuwige heeft niet voor
niets uitgerekend de maand Tishri [september/oktober] gekozen voor Zijn komst in
het vlees. In deze maand vinden namelijk drie van de zeven bijbelse feesten
plaats: hn>h >ar Rosh haShana, het nieuwjaarsfeest. Het is de dag
waarop de bazuin geblazen wordt. Het is de eerste scheppingsdag en tevens de
dag van de wederkomst van Yeshua (daarover
volgt een aparte bijbelstudie). Daarna volgt ,yrvpkh ,vy Yom haKipurim, de grote
verzoendag. Slechts Yeshua kon deze grote
verzoening tussen mens en G'd tot stand brengen. En tenslotte tvkc Sukot, het
loofhuttenfeest, ter herdenking van de tocht door de woestijn. Wij worden met
dit feest herinnerd aan onze eigen woestijntocht in dit aardse leven en de
loofhutten geven aan hoe kwetsbaar wij zijn zonder Yeshua.
Dus de maand september geeft genoeg symboliek voor de komst van Yeshua. Maar is dit ook historisch aanwijsbaar?
Jazeker! Tot deze conclusie komen wij, als wij de Joodse geschriften nauwkeurig
bestuderen. De echtgenoot van Elisheva
[Elizabeth], de priester Zechar’ya [Zacharias],
had namelijk in de maand Tamuz [juni/juli]
tempeldienst toen de engel Gavri'el [Gabriël]
aan hem verscheen. Enkele dagen daarna werd Elisheva
zwanger en zes maanden later verscheen Gavri'el
eveneens aan Miryam [Maria]. Ruach haQodesh [de Heilige Geest] kwam over haar en
zij werd toen ook zwanger. Dat gebeurde dus in de maand Tevet [december/januari]. Als wij negen maanden verder tellen, kan
Yeshua dus alleen in de maand Tishri (september/oktober) geboren zijn. Hoe kunnen
we nu precies weten, wanneer Zechar’ya de tempeldienst
moest verrichten? Welnu! In Lucas 1:5 lezen wij: "Er was in de dagen van Herodes, de koning van Yehuda
[Judea], een priester, genaamd Zechar’ya,
behorende tot de afdeling van Aviya [Abia], en
zijn vrouw was uit de dochters van Aharon
[Aäron] en haar naam was Elisheva
[Elisabeth]." - Uit deze tekst blijkt, dat Zechar’ya tot de afdeling van Aviya behoorde. Iets verderop lezen wij: "En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor G'd verrichtte
in de beurt zijner afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de
regel van de priesterdienst, om de tempel van Adonai binnen te gaan en het reukoffer te brengen." - Om
te zien, wanneer de afdeling van Aviya, waartoe
Zechar’ya behoorde, aan de beurt was, moeten
wij het boek a ,ymyh yrbd Div’rei haYamim alef [1 Kronieken] 24:1-5 raadplegen: "De afdelingen der zonen van Aharon. De zonen van Aharon
waren Nadav, Avihu,
El'azar en Itamar.
Nadav en Avihu
stierven nog voor hun vader, zonder zonen te hebben, zodat El'azar en Itamar het
priesterambt bekleedden. David, Tzadoq -uit de zonen van El'azar
- en Achimelech - uit de zonen van Itamar - verdeelden hen voor hun ambtswerk in
dienstgroepen. Toen bleek het, dat de zonen van El'azar
meer groepshoofden hadden dan de zonen van Itamar;
daarom deelde men hen aldus in: zestien hoofden voor de families van de zonen
van El'azar, en acht voor de families van de
zonen van Itamar. Men deelde hen in bij loting,
de ene groep zowel als de andere, omdat er oversten van het heiligdom -
oversten G'ds - zowel onder de zonen van El'azar
als onder de zonen van Itamar waren"
(24:1-5). Het waren dus in totaal 24, en om de beurt, per 14 dagen, verrichtten
zij de tempeldienst. "Het eerste lot
nu viel op Yehoyariv, het tweede op Yedaya, het derde op Charim,
het vierde op S'orim, het vijfde op Malkiya, het zesde op Miyamin,
het zevende op Haqotz, het achtste op Aviya..." (24:7-10). Aviya, de dienstgroep van Zechar’ya,
wordt in vers 10 als achtste genoemd en daaruit kunnen wij afleiden, dat Zechar’ya in de maand juli de taak had om in de
tempel te dienen. Het bijbelse jaar begint immers met de maand Nisan (maart/april) en wordt opgevolgd door Iyar (april/mei). Daarna komt Sivan (mei/juni) en de vierde maand, waarin dus de achtste groep
tempeldienst had, was Tamuz (juni/juli). Het
was derhalve dus begin juli, dat de engel Gavri'el
in de tempel aan Zechar’ya verscheen om hem de
geboorte van zijn zoon Yochanan aan te
kondigen. Kort daarna werd zijn vrouw Elisheva
zwanger en zes maanden later, begin januari kwam Ruach
haQodesh (de Heilige Geest) over Miryam
[Maria] en zij werd eveneens zwanger (Lucas 1:26). Yeshua
haMashiach [Jezus Christus] werd negen maanden later, dus in september
geboren. Maar op welke dag precies? Wanneer moeten we dlvmh gx Chag haMolad, het
feest van Zijn geboorte, dan wel vieren als het niet op 25 december kan zijn? Yom Kipur, de grote verzoendag, is het meest
waarschijnlijk, want met Zijn geboorte is immers de grote verzoening begonnen. Rosh haShana, de nieuwjaarsdag, kan ook, want Hij
heeft een nieuw begin gemaakt. Bovendien zal dit tevens ook de dag van Zijn
tweede komst zijn. Sukot kan niet, want als
alle Joden op dit pelgrimsfeest naar Jeruzalem moesten gaan, konden zij
onmogelijk in verband met de volkstelling ieder naar zijn plaats van herkomst
gegaan zijn om zich daar te laten inschrijven. Welnu, ik ben van mening, dat
het weinig uitmaakt op welke dag in de maand september wij de komst van onze
Joodse Verlosser herdenken. De viering van het kerstfeest wordt immers noch in B'rit haChadasha (het Nieuwe Testament) noch in TeNaCH (het Oude Testament) vermeld. Het gaat er dus
op de eerste plaats niet om WANNEER de Mashiach is gekomen, maar DAT Hij is
gekomen en dat Hij heel SPOEDIG ZAL
WEDERKEREN! Als u DAT
gelooft en Yeshua NU aanvaardt
als uw door de profeten in TeNaCH beloofde
Verlosser, dan is Hij HEDEN (haYom) tot u gekomen en dan mag u de tekst uit Lucas
2:10-11 ook persoonlijk opvatten: "Weest
niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal
ten deel vallen: U is HEDEN de
Heiland geboren, namelijk de Mashiach, de Heer,
in de stad van David!"
Werner Stauder
Aanhangsel:
ROOSTER VAN
DE TEMPELDIENST
(a ,ymyh yrbd Div’rei
haYamim - 1 Kronieken 24:1-19)
01. Yehoyariv
02. Yedaya Nisan mart / april
03. Charim
04. S'orim Iyar april / mei
05. Malkiya
06. Miyamin Sivan mei
/ juni
07. Haqotz
08. Aviya Tamuz juni / juli
09. Yeshua
10. Sechanyahu Av juli
/ augustus
11. Elyasiv
12. Yaqim Elul augustus / september
13. Chupa
14. Yeshevav Tishri september
/ oktober
15. Bilga
16. Imer Cheshvan oktober
/ november
17. Chezir
18. Hapitzetz Kislev november
/ december
19. Petachya
20. Yechezq'el Tevet december / januari
21. Yachin
22. Gamul Shevat januari / februari
23. Delayahu
24. Ma'azyahu Adar februari / maart
De Joden houden er twee kalenders op na: het religieus
jaar en het burgerlijk jaar. Het religieus jaar begint met de maand Nisan (maart/april) overeenkomstig Shemot (Exodus) 12:2 en Devarim
(Deuteronomium) 16:1. Het burgerlijk jaar begint daarentegen met Rosh haShana, de Nieuwjaarsdag in de maand Tishri (september/ oktober). Rosh
haShana, het feest der Shofarim
(bazuinen) is immers de Scheppingsdag. Voor het rooster van de tempeldienst was
dus de religieuze kalender van toepassing!